Contact
Home / Academy / Publicaties / De ziedende ijskast van BMW

De ziedende ijskast van BMW

De subtiele kunst van branding is het vinden van een balans tussen onderscheidend vermogen en pasvorm. Je wil een eigen stem laten horen en de aandacht trekken met jouw unieke merkpropositie, maar tegelijkertijd wil je je ook aansluiten bij de productcategorie. En die balans ligt voor elk merk anders.

Als je merk nog niet heel bekend is, loont het bijvoorbeeld om zwaar in te zetten op categoriecodes. Denk aan het rood van een willekeurig merk cola, het blauw van melkchocolade of de zwart-gouden kleurencombinaties van zogeheten premium productlijnen. Door het gebruik van dit soort codes kunnen consumenten je direct plaatsen, ook al kennen ze je merk nog niet.

Dansen op hetzelfde koord

Het Moco-museum is een sterk voorbeeld. Met hun statige pand, slim gevonden naam en locatie aan het Museumplein presenteert de verkapte galerie zich met succes als museaal podium voor contemporary art. En een half miljoen bezoekers can’t be wrong. Het naastgelegen Stedelijk Museum staat erbij en kijkt ernaar.

Merken die meer bekendheid genieten, hebben meer ruimte om hun unieke assets in de etalage te zetten, of om daar zelfs mee te spelen. Denk aan de yellow arches van McDonalds of de vormentaal van een goed gevuld glas Guinness. In principe dansen alle merken op ditzelfde koord, halverwege generieke eigenschappen en unieke codes. Of dat nou een lettertype is, een bepaalde vormentaal of kleurencombinatie.

Dat die balans soms zoek is, kunnen we horen aan hoe de auto-industrie zich in muzikaal opzicht presenteert. Ook al worden er flinke budgetten tegenaan gesmeten, het audiologo klinkt van elk merk vrijwel hetzelfde. Masculien, dynamisch en metalig van karakter. Niet zelden voorzien van een hartslag voor het broodnodige menselijke element.

Hoe klinkt een elektrische auto?

Want nu we bewegen naar een fossielarme toekomst en we afscheid nemen van ronkende benzineslurpers, opent zich een nieuw venster aan auditieve mogelijkheden. Al langer bemoeien geluidstechnici zich met het sonische aspect van onze rijervaring: van het gebrul van motoren tot de bevredigende klik van een sluitende deur. Maar nu krijgen ze plotseling de kans om de geluid van een hele categorie te ontwerpen: de soundscape van onze elektrisch toekomst. En het fascinerende is: er is nog maar weinig overeenstemming over hoe die zou moeten klinken.

Aan de ene kant zijn er merken die de oldskool benzinemotor als uitgangspunt nemen, en daar een futuristische draai aan geven. Zo klinkt de Audi e-tron GT vooral als een opstijgende helicopter, ontleende Jaguar inspiratie aan grommende raceauto’s en brengt Ford met haar Mach-E een hommage aan de brullende V8geïnspireerd op science-fiction-films uit de jaren tachtig.

Aan de andere kant zijn er merken die de kans grijpen om een heel nieuw spectrum te verkennen. Nissan zet bijvoorbeeld in op puur synthetische sounds, zonder connotaties te willen wekken met vervuilende mechanica. Of luister eens naar een optrekkende Renault Zoe. Een retro-futuristische sensatie die in Blade Runner niet zou misstaan. En dan is daar nog BMW, dat vol op het epische orgel gaat en niemand minder dan de legendarische Hollywood-componist Hans Zimmer in de arm nam. Om de elektrische rijervaring van hun M-serie ook emotioneel te ondersteunen, kreeg Zimmer de opdracht om een fusie te creëren tussen de krachtige explosies van een verbrandingsmotor en de vloeiende energie van een elektrisch aangedreven machine. Het resultaat? Een ziedende ijskast op wielen, maar wel met de pathos van een blockbuster.

Muzikale experimenteerdrift

Natuurlijk, op termijn zal er ongetwijfeld stille overeenstemming ontstaan over de generieke codes binnen deze categorie, maar tot het zover is kunnen we genieten van de volop aanwezige diversiteit en worden we ondertussen hopelijk verlost van al die eenstemmige audiologo’s. We zien dus een landschap in beweging – no pun intended – en dat is winst. Want terwijl de markt voor elektrische voertuigen explodeert, zal de muzikale experimenteerdrift nog wel even aanblijven. En zolang merken zich laten inspireren door cultfilms uit de jaren tachtig zie ik die toekomst met vertrouwen tegemoet. Voorwaarts!

Dit artikel verscheen eerder op MarketingTribune.


Alles wordt duurder. Niet alleen de boodschappen in de supermarkt, maar ook het maken van reclame voor die boodschappen. Zo gingen de kosten voor zendtijd de afgelopen jaren flink omhoog en kondigde de STER voor 2023 een prijsverhoging aan van maar liefst 24%.

We kunnen lang stilstaan bij de oorzaken van deze trend, of hopen dat het inflatiespook vanzelf weer verdwijnt, maar feit is dat adverteerders op zoek moeten naar zinvolle alternatieven. Supermarkt Dirk stopte bijvoorbeeld onlangs met adverteren op televisie, om zich meer te richten op onder meer radio.

Natuurlijk. Good old radio. Een medium met constante luistercijfers en een groeiend digitaal marktaandeel. Zowel sterk in brand-building als sales-activatie. En niet beperkt tot traditionele kanonnen als Q-Music of Radio 2, want ook audio-kanalen zoals Spotify en podcasts bieden mogelijkheden voor adverteerders.

Geen wonder dat merken steeds meer investeren in audio. En dat is goed nieuws, want daarbij worden marketeers gedwongen om na te denken over hoe hun merk overkomt als het niet in beeld is. En dat gaat over meer dan een cliché-matige jingle of jengelende call-to-action.

Het maken van een pakkende audio-commercial is namelijk een vak apart. Je kunt niet zomaar je tv-reclame op radio uitzenden. Maar luisterend naar het gemiddelde aanbod op de Nederlandse radio is daar nog een wereld te winnen. De meeste reclames klinken behoorlijk inwisselbaar en hebben een productiewaarde die het Twitch-account van je 12-jarige neefje nauwelijks overstijgt.

Dus. Voor alle marketeers die overwegen in te zetten op radio, willen experimenteren met nieuwe vertelvormen of gewoon meer uit hun marketing-euro’s willen halen: een goede radio-commercial maken. Hoe doe je dat?

Bied relevant vermaak

Ja dit klinkt als holle marketing-speak. Maar blijf er nog even bij. Want effectieve – en creatieve – communicatie gaat over het vinden van een balans tussen hoe het publiek vermaakt wil worden en wat jij wil vertellen. Dat principe geldt voor deze column, maar ook voor audio.

Consumenten staan namelijk best open voor een commerciële boodschap, zeker als ze weten dat die een noodzakelijk onderdeel is van de luisterervaring. Op die manier geven ze elke reclame een kans. Al is het maar in die eerste paar seconden.

Aan de andere kant kunnen we ons heel goed afsluiten voor overbodige informatie. Afhankelijk van hoe we die eerste paar seconden ervaren. Een irritante stem of een opdringerige call-to-action kunnen fataal zijn. Voor die gevallen beschikken we over een mentale skip-button, waarmee we onze aandacht razendsnel kunnen verplaatsen naar een ander onderwerp.

We kunnen onze oren niet sluiten, maar dus wel onze focus verleggen. De kunst is daarom om luisteraars al in het begin van je radio-commercial jouw wereld in te trekken, zodat ze geïnvesteerd hebben in de afloop van je verhaal. Zoals bijvoorbeeld ASN de luisteraar direct meeneemt in zijn fantastische financiële dierenrijk.

Maak het publiek de co-auteur. Ontwerp een auditieve kleurplaat en geef ze een stift. Ga op zoek naar een gedeelde ervaring, een herkenbaar onderwerp. Maak dat het vertrekpunt van je copy en geef er een twist aan, zodat die mentale skip-button buiten bereik blijft. Luister maar eens hoe IKEA dat doet in deze klassieker.

Gebruik sonic branding

Als je íets doet, laat het dan sonic branding zijn. Want niet alleen wil je een evenwicht vinden tussen boodschap en luisteraar, het moet ook duidelijk zijn wie de afzender is. Ofwel, je wil vermijden dat je verhaal aankomt zonder dat iemand je merk onthouden heeft. Een vruchtbare driehoeksverhouding, die op radio een stuk lastiger te bewerkstelligen is dan op tv. Op radio kun je namelijk moeilijk pronken met je logo of kleuren, laat staan een lekker packshot in beeld brengen. Luisteraars moeten direct kunnen verstaan met wie ze te maken hebben. Precies, al in die eerste seconden. Laat dat maar aan de ANWB over.

Het opwekken van die herkenning doe je door je hele commercial te schilderen in je eigen muzikale kleuren. Stem, achtergrondmuziek, sound logo, het ritme van je copy en zelfs je vocabulaire. Je merk is leidend en alle creativiteit is branded. Van jou en niemand anders. Iets wat ze bij Coolblue heel goed begrepen hebben.

Deze aanpak zorgt voor een optimale balans tussen herkenning en zeggingskracht, maar vereist wel een investering. Want naast dat je erachter moet komen hoe jouw merk klinkt en praat, wil je voorkomen dat je op elk audio-touchpoint van geluid veranderd.

Daarom is het verstandig om een set audio-richtlijnen te ontwikkelen als aanvulling op je visuele identiteit. Die richtlijnen leggen vast hoe jouw merk zich gedraagt in audio. Hoe je je sound logo gebruikt en in welke context. Welke muziek past en welke niet. Waarom je gekozen hebt voor een bepaalde tone-of-voice.

Die muzikale blauwdruk gaat langer mee dan één commercial. Dus als je van bureau wisselt verhuizen die richtlijnen gewoon mee. Een opgave voor voor marketeers en creatieven die graag een eigen stempel drukken. Maar zeg nou zelf, je verandert je huiskleuren toch ook niet bij elke campagne?

Alleen met consistent gedrag bouw je een vertrouwensband op met je publiek. En hoe langer je dat volhoudt, hoe waardevoller je audio-asset wordt. Zo heeft het UNOX-geluid na 20 jaar een bijna mythische status gekregen. Maar dat merk is op een dag ook gewoon begonnen. Dus wat let je?

Luister naar het medium

Audio is linear. Je kunt de luisterervaring niet verdiepen door te spelen met beeld of lettergrootte. Of de luisteraar laten teruglezen. Dat beperkt je als marketeer, maar we weten sinds Goethe dat daar zich de echte meester toont.

Waar de kijker op televisie nog dikwijls alle kanten op wordt geslingerd – met de cognitieve belasting van de gemiddelde Coolblue-reclame als hysterisch dieptepunt – is het zaak je op radio te beperken tot één centrale boodschap. Wil je toch meer kwijt? Maak dan meerdere commercials of bedenk een pakkende tag-on.

Tegelijkertijd beschikken alle audio-touchpoints over hun eigen karakter. Radio, podcasts, streaming en de interactie met spraakgestuurde assistenten, allemaal vragen ze een andere benadering van de toehoorder. Zo zitten podcast-luisteraars niet te wachten op een schreeuwerige radio-reclame die gemaakt is om op te vallen rondom het nieuws van negen uur ’s ochtends.

Het is goed je te beseffen dat audio in de eerste plaats een intiem medium is. Je zit namelijk – in toenemende mate – in het oor van de luisteraar. Die intimiteit komt grofweg in twee gedaantes. Audio waar je enigszins moeite voor moet doen, zoals praatprogramma’s, nieuws en podcasts. Ook wel lean-in media genoemd. En aan de andere kant vinden we lean-back media, zoals het luisteren naar muziekzenders of Spotify of de radio in de auto.

In de laatste categorie heb je als adverteerder veel meer permissie om aandacht te trekken. Op Radio 538 zal je bijvoorbeeld flink van je moeten laten horen om op te vallen. En dat wordt ook geaccepteerd door je publiek. Bij platforms als Spotify is dat alweer minder het geval, ook al weet de luisteraar dat advertenties daar part of the deal zijn. Dat komt omdat de streaming-luisterervaring veel meer gecureerd is door de gebruiker zelf en dat vertaalt zich in de verwachting van een bepaalde controle over het medium.

Bij lean-in media zit je daarentegen compleet in de ruimte van de ander. Ondergedompeld in een spannende true-crime podcast of een politiek twistgesprek. Je bent als het ware onderdeel van de ervaring in plaats van toehoorder. En als adverteerder moet je dat respecteren. Aandacht trekken werkt hier averechts. Hier helpt het juist om je gedienstig op te stellen als luisterfan en vanuit daar connectie te maken met je doelgroep. Op een manier zodat de luisteraars je gaan accepteren als onderdeel van de club. In plaats van inbreker.

Durf eisen te stellen

Wij zoogdieren gebruiken geluid om te navigeren. Om gevaar in te ontwijken of afstanden in te schatten. Hierdoor is ons auditieve systeem extreem goed afgesteld. We reageren instinctief op een fietsbel en kijken op als we en auto agressief horen optrekken. En als je partner mompelt dat “de melk op is”, begrijp je onmiddellijk dat je even naar de winkel moet. We horen elke nuance en iedere afwijking wordt geïnterpreteerd als signaal.

We beschikken daardoor ook over een excellente auditieve bullshit-detector. Een té enthousiaste voice-over, een platgetreden stockmuziekje of een te hard afgestelde commercial. We prikken er feilloos doorheen en voor je het weet wordt je merk als niet-authentiek bestempeld. Of ongeloofwaardig.

Dus als je investeert in audio, doe het dan goed en leg de lat hoog. Voor jezelf en je bureau. We weten immers dat creativiteit voor 50% verantwoordelijk is voor succes van je campagne. We weten helaas ook dat creatief talent eerder ingezet wordt op televisie-klussen met een hoge omzet.

Maar dat betekent niet dat je als adverteerder half werk hoeft te accepteren. Je weet nu hoe het moet. Vermaak je doelgroep, laat horen wie je bent en pas je aan aan het medium. Wees veeleisend en laat je horen.

Of zoals meester Ogilvy al zei, “Don’t bunt. Aim out of the ballpark. Aim for the company of immortals.”

Dit artikel verscheen eerder op Marketingfacts.